Rozenbottels en Gezondheid

Bottelrozen zijn rozen die na de bloei vruchten (rozenbottels!) geven. Strikt genomen is daarmee vrijwel elke roos een "bottelroos"; maar in het spraakgebruik bedoelen we hiermee alleen die rozen die uitzonderlijke bottels geven. Over het gebruik hiervan in de (natuur)geneeskunde en in de keuken is veel te zeggen. In dit artikel een overzicht in vogelvlucht van het historische gebruik van de rozenvrucht.

Rozenbottels zijn al eeuwen een essentieel onderdeel van onze westerse (natuur) geneeskunde. De Romein Plinius Secundus de Oudere maakt reeds in de eerste eeuw in zijn 'Naturalis Historia' melding van de helende werking van de roos. Het is overigens opmerkelijk hoe gecultiveerd de roos toen al was. Rozenbottelthee wordt tot op de dag van vandaag als remedie tegen allerlei aandoeningen gedronken. Niet vreemd, daar rozenbottels hoge percentages bioactieve stoffen en essentiële vetzuren bevatten. 

Het was Karel de Grote die opdracht gaf tot het op grotere schaal verbouwen van rozenbottels voor medicinale doeleinden. In het taalgebruik van de middeleeuwen wordt Rosa rubiginosa, (de wilde Wijnroos, Egelantier) aangeduid als "de plant tegen de dood". Rozenbottelpreparaten zouden onder andere heilzaam zijn bij nier- en blaas problemen, iets wat tot op de dag van vandaag wordt beaamd. Koffie van de (voorzichtig) geroosterde zaden wordt in Chili gebruikt als middel tegen ontstekingen van het maagslijmvlies, en koudgeperste olie uit de zaden werkt opvallend goed tegen brandwonden.

Recentelijk is gebleken dat een preparaat van rozenbottels een zeer positieve werking heeft bij bot-en spierziektes als Artritis. Dit preparaat komt uit Denemarken en is een mooi voorbeeld van hoe oude kennis en moderne marketing en productiemethoden elkaar kunnen versterken. Op YouTube is een (Duitstalig) filmpje over dit onderwerp te vinden: Rot, rund und gesund - wie die Hagebutte heilt

Het is echter het extreme gehalte aan antioxidanten als vitamine C van de rozenbottel die de vrucht uiteindelijk écht populair zou maken. Er is vrijwel geen andere vrucht die dezelfde hoeveelheid vitamine C kan leveren als de rozenbottel; gemiddeld 30x meer dan sinaasappels en 17x meer dan Kiwi's; een overzicht is onderaan dit artikel beschikbaar. Door rozenbottels te gebruiken was het bestrijden van bijvoorbeeld scheurbuik bij zeelieden goed mogelijk. Tijdens de Battle for Britain was door het Duitse beleg de aanvoer van citrusvruchten vrijwel onmogelijk geworden en zag de Britse regering al snel in dat er maatregelen genomen moesten worden. De bevolking werd het advies gegeven gelei van (wilde) rozenbottels te maken om maar genoeg vitamine C binnen te krijgen. Tot op de dag van vandaag worden rozenbottels gezien en aangeplant als bron van vitamine C. Hetoer-Hollandse (in ieder geval sinds de jaren '60 van de vorige eeuw) merk Roosvicee is een samentrekking van Roos Vitamine C(ee). 

In principe is elke rozenbottel geschikt, maar er zijn grote verschillen in het vitamine C gehalte. Daarnaast zijn er allerlei praktische zaken zoals de maat van de bottel, opbrengst per vierkante meter, bedoorning, groeikracht etc. Een aantal soorten die er uit springen zijn ook in Nederland te vinden: Rosa alpina, Rosa rugosa (de "japanse bottelroos") Rosa rubiginosa (de Egelantier). De krachtpatser die ook nog eens goed te telen is is Rosa PiRo03, de Pillnitzer Vitaminrose. PiRo 03 levert 1150mg vitamine C per 100g verse bottels en is een kruising van Rosa dumalis x Rosa pendulina var. salaevensis. PiRo 3 is daarmee met recht een Vitamineroos te noemen. 

De soort is rond 1960 specifiek voor de vitamine C productie ontwikkeld in Dresden, Duitsland. De planten worden 1-2 meter hoog en zijn bijna doornloos. De vruchten zijn rood en 3 cm lang bij 1,5 cm dik. De roos in in zeer grote aantallen aangeplant in Duitsland, het toenmalige Tsjechoslowakije  en de USSR. De soort is zeer gezocht en laat zich eenvoudig telen. Ideaal voor wie zelf aan de slag wil met rozenbottel producten of om bijvoorbeeld de paarden of uw andere dieren bij te voeren!